Spelregels
badminton


over Volant '90


geschiedenis


favorieten


Foto's

 

 

 

  Hieronder de belangrijkste badmintonspelregels, in zeer beknopte vorm. Wie de volledige (Nederlandstalige) tekst wil
  hebben kan terecht bij de Nederlandse Badminton Bond, telefoon (030) 6047496.
  Daar is ook voor een paar euro een aardig boekje te krijgen onder de titel 'Badminton voor iedereen' met beknopte spelregels.

  De officiele en complete spelregels (Engelstalig) zijn te vinden op de site van de International Badminton Federation


  (de hoogte van het net is 1,524 meter in het midden en 1,55 meter aan de randen)

  Begin van de wedstrijd
  Voor de aanvang van de wedstrijd loten de beide tegenstanders. De winnaar van de loting heeft het recht:

  • de eerste service te doen;
  • de speelhelft te kiezen;

  De verliezer van de loting krijgt daarmee de keus tussen elke overgebleven mogelijkheid.
  In de overige games van een wedstrijd mag die partij het eerst serveren die de voorgaande
  game heeft gewonnen.

  Puntentelling.

In alle spelsoorten wordt een game gespeeld tot 21 punten. Om een wedstrijd te winnen moeten er twee games worden gewonnen. Uiteindelijk gaat het om de “best of three games” tot 21 punten, met een verschil van 2 punten per game. Bij de stand 21-19 wint degene met 21 punten. Bij de stand 20-20 moet worden doorgespeeld tot het verschil van 2 punten bereikt is. Bij een stand van 29-29 is het 30ste punt het winnende game of wedstrijdpunt. Na elke game en halverwege de 3e game, wanneer één van de spelers 11 punten heeft behaald, moet van speelhelft worden gewisseld.

De service.

De service is een belangrijke slag. De service moet onderhands in het diagonaal tegenoverliggende serveervak worden geslagen. Niet alleen de serverende partij, maar ook de ontvangende partij kan punten scoren. Zowel in het enkelspel als het dubbelspel hebben de partijen één servicebeurt. Alleen de serverende partij wisselt van serveervak als zij scoort.

De service gaat over wanneer de serverende partij niet scoort (een fout maakt). De ontvangende partij krijgt dan zonder van serveervak te wisselen één punt.

 


  Enkelspel
  De service wordt overeenkomstig het eigen aantal punten bij een stand van 0, 2, 4, 6...
  vanuit het rechter serveervak geslagen, bij een oneven stand vanuit het linker serveervak.
  De service moet altijd in het diagonaal tegenoverliggende serveervak worden geslagen.
  De tegenstander moet in dit vak staan.


Enkelspel veld

 

Dubbelspel
De telling bij dubbelspel gaat net als bij het enkelspel. Het serveren gebeurt afhankelijk van de score vanuit het rechter of linker serveervak gelijk als bij het enkelspel.

Voor de aanvang van de game beslissen de spelers wie rechts en wie links start.
De service wordt altijd in het diagonaal tegenoverliggende serveervak geslagen. De speler
van een partij blijft net zo lang serveren totdat zijn partij een fout maakt. Na elk punt wisselt
de serveerder van serveervak.
De ontvangende spelers behouden het voor hun puntenstand overeenkomstige serveervak.
Een ontvangende speler retourneert nooit twee achtereenvolgende services.

Maakt een speler van de serverende partij een fout, dan gaat de service over naar de tegenpartij en krijgen die een punt.


Dubbelspel veld

  Verlenging
 
Bij alle spelsoorten wordt gespeeld tot 21 punten, met een verschil van 2 punten per game. Als het verschil van 2 punten nog niet is bereikt bij een stand van 29-29, dan is het 30ste punt, het winnende game of wedstrijdpunt.

  Wisselen van speelhelft
 
Spelers moeten van speelhelft wisselen na afloop van elke game en in de 3e game, zodra één der partijen 11 punten heeft gescoord. Indien spelers niet van speelhelft wisselen moet dit alsnog gebeuren zodra de vergissing is opgemerkt en de shuttle niet in het spel is. De dan bereikte stand blijft gehandhaafd.

  Tussen de games
 
Een pauze van maximaal 90 seconden tussen de games is in alle partijen toegestaan.  Wanneer een speler als eerste een score van 11 punten heeft bereikt, krijgen spelers 60 seconden rust.

  Fouten

  • Beide voeten van de serveerder of ontvanger bevinden zich niet binnen het serveervak.
  • Het racketblad bevindt zich bij de service niet duidelijk onder de hand van de serveerder.
  • De shuttle valt na de service zonder dat de tegenstander hem heeft aangeraakt buiten het serveervak op de grond.
  • De shuttle komt buiten het speelveld terecht of wordt onder het net door of tegen het plafond geslagen.
  • Een speler raakt tijdens de wedstrijd met zijn lichaam de shuttle of het net aan.
  • Een speler raakt tijdens de wedstrijd met zijn racket het net aan of raakt de shuttle twee maal..
  • De shuttle raakt bij de service het plafond (hoogte van de hal meer dan 8 m; anders opnieuw serveren).
  • De shuttle wordt tijdens de wedstrijd tegen het plafond of een ander voorwerp buiten het speelveld geslagen.
  • Een speler probeert zijn tegenstander te misleiden of te hinderen.
  • Een speler vertraagt op reglementair ongeoorloofde wijze de wedstrijd.
  • Met het racketblad over de netrand de shuttle slaan (voordat deze over het net is)

Let

Een let betekent dat de rally opnieuw moet worden gespeeld als gevolg van een onvoorziene gebeurtenis.

 

  Er mag opnieuw worden geserveerd wanneer:

  • de ontvangende partij nog niet klaarstond;
  • niet duidelijk is of de shuttle in of uit was;
  • er van buitenaf wordt gehinderd.

  Algemeen
  Er is geen sprake van een fout wanneer de shuttle tijdens een rally of bij een service het net raakt en toch reglementair
  in het speelveld valt. Grenslijnen horen altijd bij het desbetreffende speelveld.