Hieronder de
belangrijkste badmintonspelregels, in zeer beknopte vorm. Wie de
volledige (Nederlandstalige) tekst wil
hebben kan terecht bij de Nederlandse Badminton Bond, telefoon (030)
6047496.
Daar is ook voor een paar euro een aardig boekje te krijgen onder de
titel 'Badminton voor iedereen' met beknopte spelregels.
De officiele
en complete spelregels (Engelstalig) zijn te vinden op de site van
de International Badminton Federation
(de hoogte
van het net is 1,524 meter in het midden en 1,55 meter aan de
randen)
Begin van
de wedstrijd
Voor de aanvang van de wedstrijd loten de beide tegenstanders. De winnaar
van de loting heeft het recht:
- de eerste service te
doen;
- de speelhelft te
kiezen;
De verliezer
van de loting krijgt daarmee de keus tussen elke overgebleven
mogelijkheid.
In de overige games van een wedstrijd mag die partij het eerst serveren
die de voorgaande
game heeft gewonnen.
Puntentelling.
In alle spelsoorten wordt een game gespeeld tot
21 punten. Om een wedstrijd te winnen moeten er twee games worden
gewonnen. Uiteindelijk gaat het om de “best of three games” tot 21
punten, met een verschil van 2 punten per game. Bij de stand 21-19
wint degene met 21 punten. Bij de stand 20-20 moet worden
doorgespeeld tot het verschil van 2 punten bereikt is. Bij een stand
van 29-29 is het 30ste punt het winnende game of
wedstrijdpunt. Na elke game en halverwege de 3e game,
wanneer één van de spelers 11 punten heeft behaald, moet van
speelhelft worden gewisseld.
De service.
De service is een belangrijke slag. De service
moet onderhands in het diagonaal tegenoverliggende serveervak worden
geslagen. Niet alleen de serverende partij, maar ook de ontvangende
partij kan punten scoren. Zowel in het enkelspel als het dubbelspel
hebben de partijen één servicebeurt. Alleen de serverende partij
wisselt van serveervak als zij scoort.
De service gaat over wanneer de serverende
partij niet scoort (een fout maakt). De ontvangende partij
krijgt dan zonder van serveervak te wisselen één punt.
Enkelspel
De service wordt overeenkomstig het eigen
aantal punten bij een stand van 0, 2, 4, 6...
vanuit het rechter serveervak geslagen, bij een oneven stand vanuit het
linker serveervak.
De service moet altijd in het diagonaal tegenoverliggende serveervak
worden geslagen.
De tegenstander moet in dit vak staan.

Enkelspel veld
Dubbelspel
De telling bij dubbelspel gaat net
als bij het enkelspel. Het serveren gebeurt afhankelijk van de score
vanuit het rechter of linker serveervak gelijk als bij het
enkelspel.
Voor de aanvang van
de game beslissen de spelers wie rechts en wie links start.
De service wordt altijd in het diagonaal tegenoverliggende
serveervak geslagen. De speler
van een partij blijft net zo lang serveren totdat zijn partij een
fout maakt. Na elk punt wisselt
de serveerder van serveervak.
De ontvangende spelers behouden het voor hun puntenstand
overeenkomstige serveervak.
Een ontvangende speler retourneert nooit twee achtereenvolgende
services.
Maakt een speler van de serverende partij een fout, dan gaat de
service over naar de tegenpartij en krijgen die een punt.

Dubbelspel veld
Verlenging
Bij alle spelsoorten wordt gespeeld tot 21 punten, met een verschil
van 2 punten per game. Als het verschil van 2 punten nog niet is
bereikt bij een stand van 29-29, dan is het 30ste punt,
het winnende game of wedstrijdpunt.
Wisselen
van speelhelft
Spelers moeten van speelhelft wisselen na afloop van elke game en in
de 3e game, zodra één der partijen 11 punten heeft gescoord. Indien
spelers niet van speelhelft wisselen moet dit alsnog gebeuren zodra
de vergissing is opgemerkt en de shuttle niet in het spel is. De dan
bereikte stand blijft gehandhaafd.
Tussen de
games
Een pauze van maximaal 90 seconden tussen de games is in alle
partijen toegestaan. Wanneer een speler als eerste een score van 11
punten heeft bereikt, krijgen spelers 60 seconden rust.
Fouten
- Beide voeten van de
serveerder of ontvanger bevinden zich niet binnen het
serveervak.
- Het racketblad
bevindt zich bij de service niet duidelijk onder de hand van de
serveerder.
- De shuttle valt na de
service zonder dat de tegenstander hem heeft aangeraakt buiten
het serveervak op de grond.
- De shuttle komt
buiten het speelveld terecht of wordt onder het net door
of tegen het plafond geslagen.
- Een speler raakt
tijdens de wedstrijd met zijn lichaam de shuttle of het net aan.
- Een speler raakt
tijdens de wedstrijd met zijn racket het net aan of raakt de
shuttle twee maal..
- De shuttle raakt bij
de service het plafond (hoogte van de hal meer dan 8 m; anders
opnieuw serveren).
- De shuttle wordt
tijdens de wedstrijd tegen het plafond of een ander voorwerp
buiten het speelveld geslagen.
- Een speler probeert
zijn tegenstander te misleiden of te hinderen.
- Een speler vertraagt
op reglementair ongeoorloofde wijze de wedstrijd.
- Met het racketblad
over de netrand de shuttle slaan (voordat deze over het net is)
Let
Een let betekent dat
de rally opnieuw moet worden gespeeld als gevolg van een onvoorziene
gebeurtenis.
Er mag
opnieuw worden geserveerd wanneer:
- de ontvangende partij
nog niet klaarstond;
- niet duidelijk is of
de shuttle in of uit was;
- er van buitenaf wordt
gehinderd.
Algemeen
Er is geen sprake van een fout wanneer de shuttle tijdens een rally of
bij een service het net raakt en toch reglementair
in het speelveld valt. Grenslijnen horen altijd bij het desbetreffende
speelveld.